Eendraadschema

Hoeveel stopcontacten mogen er op één kring?

4 min lezenBijgewerkt op 5 oktober 2026Door Jonathan van Draadly

Kort antwoord

Op een kring met stopcontacten gelden in een woning deze regels uit het AREI:

  • Maximaal 8 contactdozen per kring; een dubbel stopcontact telt als één contactdoos
  • Een kabel van minstens 2,5 mm²
  • Een automaat van hoogstens 20 A op 2,5 mm² (een smeltzekering hoogstens 16 A)
  • Stopcontacten met aardingscontact en kinderbeveiliging

Maximaal 8 contactdozen per kring

Het AREI laat op één kring hoogstens 8 enkelvoudige of meervoudige contactdozen toe. Een dubbel of driedubbel stopcontact in één doos telt dus als één. Heb je meer stopcontacten nodig, dan verdeel je ze over meerdere kringen.

Kabel en automaat horen bij elkaar

Een kring met stopcontacten krijgt een kabel van minstens 2,5 mm². De beveiliging mag niet groter zijn dan wat de kabel aankan: in een woning hoogstens 20 A met een automaat, of 16 A met een smeltzekering, op 2,5 mm².

Een kring zonder stopcontacten, zoals een verlichtingskring, mag in 1,5 mm², met een automaat van hoogstens 16 A.

Toestellen met een eigen kring

Sommige toestellen horen niet op een gewone stopcontactkring maar op een eigen kring:

  • Wasmachine, droogkast en vaatwasser
  • Kookplaat en oven
  • Elektrische verwarming, op een kring met alleen verwarming

En het differentieel?

Elke kring zit achter een hoofddifferentieel van maximaal 300 mA. Bij nieuwe installaties komen stopcontacten en verlichting bovendien achter een differentieel van 30 mA, net als alles in de badkamer en wasmachines, droogkasten en vaatwassers. Op één differentieel van 30 mA komen hoogstens 8 kringen.

Veelgestelde vragen

Als één: het AREI telt contactdozen, enkelvoudig of meervoudig. Een dubbel stopcontact in één doos is één contactdoos.

Bronnen

  • AREI 5.3.5.2.b, p.176: contactdozen per kring
  • AREI 5.2.1.2, tabel 5.1, p.138–139: minimale doorsnede en eigen kringen
  • AREI 4.4.1.4, tabel 4.11, p.126: beveiliging per doorsnede
  • AREI 4.2.4.3.b, p.109–110: differentiëlen van 300 en 30 mA

Deze uitleg helpt je op weg; enkel het erkende keuringsorganisme beslist of je installatie wordt goedgekeurd.

Verder lezen